Bijzondere verrichtingen

Voordat je het felbegeerde roze pasje kunt ophalen bij de gemeentelijke basisadministratie, moet je eerst laten zien dat je voldoende bekwaam bent om als (beginnend) automobilist de weg op te kunnen. De examinatoren van het CBR beoordelen of je aan deze bekwaamheid voldoet. Een onderdeel van het rijexamen is dat je twee bijzondere verrichtingen moet afleggen. De artikelen in deze special leiden je -stap voor stap- door de diverse onderdelen heen, aangevuld met foto’s.

Verrichtingen

Vak vooruit parkeren Links

  • Je komt aanrijden en krijgt de opdracht om vooruit in een vak te parkeren.
  • Afhankelijk van aan welke kant je wil parkeren (links of rechts) moet je eerst kijken in de binnenspiegel, buitenspiegel en over je schouder.
  • Daarna geef je richting aan. Probeer goed voor te sorteren zodat je een wijde bocht kan maken om het vak in te rijden.
  • Rol heel rustig in de 1ste versnelling zodat je de tijd hebt om het instuur moment op te zoeken. En natuurlijk ook om je heen te kijken.
  • Het instuur moment: naar links Zodra je de eerste lijn van het parkeervak parallel recht op je buiten spiegel ziet, dan begin je met maximaal insturen. 
  • Het terugstuur moment: Op het moment dat je auto bijna recht staat, stuur je terug zodat de wielen weer recht komen te staan.

 

Achteruit in een vak inparkeren

  • Zet de auto stil met de rechter buitenspiegel bij vak 3 1/2.
  • Scan rondom de auto en verleen voorrang indien er een andere weggebruiker aankomt.
  • Wanneer het snijpunt half in de deur is: zo snel mogelijk en volledig naar rechts sturen (veel kijken!).
  • Als de auto recht tov recht vooruit staat: het stuur 2 hele slagen terug naar links draaien.

inparkeren

File parkeren

  • Auto in de eerste versnelling zetten.
  • Scan rondom de auto en verleen voorrang indien er een andere weggebruiker aankomt.
  • Langzaam achteruit rijden (aangrijpingspunt) tot het achterlicht van de auto waarnaast je staat half in het kleine zijruitje is. Stuur volledig naar rechts draaien. (terwijl je dit aan het doen bent: KIJK je over je linkerschouder!!)
  • Wanneer je met de rechter buitenspiegel bij de denkbeeldige lijn van de achterbumper van de auto naast je bent (zie lijn), zo snel mogelijk volledig naar links sturen.

Kijk in de rechter / linker buitenspiegel om de auto recht te zetten (wielen naar links).

park1park2

park3park4

Keren op de weg

  • Auto in de eerste versnelling zetten.
  • Scan rondom de auto en verleen voorrang indien er een andere weggebruiker aankomt.
  • Koppeling langzaam op laten komen tot het aangrijpingspunt en vasthouden.
  • Zeer langzaam rijden, snel naar links sturen en veel rondom de auto kijken.
  • Bij het snijpunt (rechts onder in de voorruit) snel naar rechts sturen totdat dit niet verder kan of totdat je de stoeprand zachtjes raakt.
  • In de achteruit versnelling zetten en rondom de auto kijken.
  • Achteruit rijden (evt doorsturen) en veel kijken totdat de voorkant duidelijk naar links uitwijkt, waarna je dan snel en volledig naar links stuurt.Fileparkeren


keren op de weg


keren2

Keren door middel van een halve draai

  • Allereerst kijk je of je wel kan en mag keren. Kijk dus naar de ruimte en verkeersborden;
  • Zoals ook bij andere bijzondere verrichtingen, stop je langs de trottoirband op 15 cm afstand aan de rechterzijde.
  • Het stoppen doe je door van te voren al in je spiegels te kijken (binnenspiegel-voren-rechterbuitenspiegel-over rechterschouder en dan je richtingaanwijzer naar rechts aan doen);
  • Nadat je gestopt bent, zet je de auto in zijn 1e versnelling;
  • Dan kijk je als volgt om je heen, binnenspiegel-naar voren-linkerbuitenspiegel-over je linkerschouder-rechterbuitenspiegel en over je rechterschouder;
  • Als er geen verkeer aankomt rijd je een paar meter recht vooruit, alles met slippende koppeling, zo kun je stapvoets rijden;
  • Ondertussen blijf je om je heen kijken om te controleren of er verkeer aankomt, doe dit zo vaak mogelijk. Dit kijken doe je als volgt, binnenspiegel-naar voren-linkerbuitenspiegel-linkerschouder-rechterbuitenspiegel-rechterschouder;
  • Vervolgens stuur je vlot naar links en maximaal. Je auto moet in één draai gekeerd worden. Nooit droogsturen!;
    Bij het wegrijden nog even in je linkerbuitenspiegel en over je linkerschouder kijken. Er kan altijd nog een weggebruiker je voorbij willen.
  • Als laatste de nacontrole toepassen binnenspiegel-rechterbuitenspiegel-linkerbuitenspiegel.

 

Bocht achteruit

  • Kijk rondom de auto en verleen voorrang indien er een andere weggebruiker aankomt.
  • Als de bocht uit je rechter spiegel verdwijnt: 1/2 slag sturen, kijken… 1/2 slag sturen.
  • Daarna op gevoel de rest van de bocht sturen en veel KIJKEN!
  • Wanneer de bocht “gerond” is, het stuur 2 slagen (2x overpakken) terug naar links draaien wanneer de achterkant van de auto ongeveer 20 cm bij de stoeprand vandaan is.

bocht achteruit

Recht achteruit

Scan rondom de auto en verleen voorrang indien er een andere weggebruiker aankomt.
Langzaam rijden (houdt de koppeling op het aangrijpingspunt)
Veel rondom de auto kijken (kijk via de rechter buitenspiegel naar de stoeprand)
Weinig sturen (houdt de stoeprand op ong. 20 cm afstand)

recht-acheruit-rijden-300x300

Hellingsproef

  • Auto in de eerste versnelling zetten.
  • Scan rondom de auto en verleen voorrang indien er een andere weggebruiker aankomt.
  • Koppeling op laten komen totdat de motor vooruit wil. (houdt de koppeling nu vooral vast op het aangrijpingspunt!)
  • Binnenspiegel, buitenspiegel en linkerschouder kijken en geef richting aan naar links.
  • Handrem laten zakken of de voetrem loslaten (koppeling nog steeds vasthouden).
  • Iets meer gas geven. (ongeveer 1200 toeren)
  • Koppeling nu langzaam op laten komen en wegrijden met de koppeling op het aangrijpingspunt.

 

hellingsproef

hellingsproef

Dashboard

Bij het afleggen van de diverse toetsen en eventueel het examen, is het mogelijk dat de examinator enige vragen stelt over de auto. Hierbij zijn de controle lampjes en de bedienings knoppen in het dashboard belangrijk.

Om hierop goed voorbereid te zijn, zijn op deze site enkele foto’s van het dashboard te zien. Uiteraard met de daarbij behorende uitleg van de diverse controle lampjes en/of bedieningsknoppen.

Het is ook mogelijk dat de examinator enkele technische vragen stelt over het motor compartiment.

dashboard

Bandencontrole

Voorafgaand aan een TTT of praktijkexamen bij het CBR zal de examinator je altijd een aantal controlevragen stellen over de auto. Deze vragen zijn vooral bedoeld om een beetje het ijs te breken en de spanning weg te nemen. Daarom zal er dus geen enkele kandidaat zakken of de vrijstelling niet halen als je geen antwoorden weet. Kun je echter geen enkele vraag beantwoorden, dan werkt zo’n gesprekje juist averechts en zal de spanning alleen maar oplopen!

Daarom van Rijschool Vlam deze informatie, zodat je zelf alle antwoorden weet of kunt bedenken.

Bandencontrole

Als automobilist heb je de taak om het verkeer veilig te houden. Daarom ben je ook verplicht je auto in goede conditie te houden. De banden horen daar uiteraard ook bij.

Eens per maand is het de bedoeling dat je de volgende zaken controleert:

  1. Bandenspanning
  2. Profieldiepte
  3. Beschadigingen
  4. Aanwezigheid van het ventieldopje

Hoe en waarom?

Deze vier zaken zijn belangrijk om voor elkaar te hebben, omdat het goed voor de veiligheid is. Maar dat niet alleen, ook is het milieu/brandstofgebruik in het geding op het moment dat een van de zaken niet in orde is.

Bandenspanning

De bandenspanning die niet juist is, leidt tot overmatige slijtage, slechte wegligging en een te hoog brandstofverbruik. Deze kun je bijvoorbeeld controleren bij een tankstation. De werkwijze van de apparaten is zo verschillend dat ik daar verder niet op in ga.

De juiste bandenspanning hangt af van welke auto je hebt en staat altijd in het instructieboekje. Deze wordt weergegeven in bar en zit meestal tussen de 2 en 3. Ook zit er meestal een sticker in de deurstijl of in het brandstofklepje.

Profieldiepte

Het profiel van een autoband is om bij regen het water dat zich tussen de band en het wegdek bevindt, af te kunnen voeren. Als dit profiel te ondiep is, kan het water niet goed weg. Daarom is er een wettelijk minimum diepte opgesteld. Deze is 1,6 mm.

In het profiel van autobanden zijn kleine indicatoren aangebracht, die gelijk zijn aan bovengenoemde diepte. Is de band gelijk afgesleten met de indicatoren, weet je dat de band versleten is en vervangen moet worden. Voor een winterband zijn de regels gelijk, maar omdat een winterband juist voor extra grip moet zorgen bij slechte weersomstandigheden, wordt een profieldiepte van 4 mm of meer aangeraden

Beschadigingen

Door het raken van een stoeprandje of door over een scherp voorwerp te rijden, kan de band beschadigd raken. Het is belangrijk dat je dan ook regelmatig het loopvlak, maar ook de beide zijkanten goed controleert op beschadigingen. Deze zorgen voor zwakke plekken op de band en kunnen zorgen voor een klapband. Dat gebeurt altijd op een moment dat je juist niet wilt, namelijk op het moment dat de luchtdruk in de band het hoogst is. En dat is dan juist als de band het warmst wordt, dus op de autoweg of autosnelweg. Wanneer wil je nu echt GEEN klapband? Juist, als je erg snel rijdt!

 


Bel mij terug

Uw naam:

Uw email:

Telefoonnummer:

Volg ons op Facebook

Neem contact met ons

Rijschool Vlam

Willem van Noortstraat 46
3514GG UTRECHT
+31 6 13568060